Varia - artikels - Prof. dr. Frans VYNCKE
Het thema dat centraal staat in het werk van Gerard BAUWENS, dat hij in steeds nieuwe variaties gestalte geeft, is het eeuwige thema van de vrouw. Wie de evolutie van zijn tekenkunst volgt, zal zich zeker nog herinneren hoe hij kort geleden de vrouw situeerde in een ambiance van zon, zee en kust, van zomerse strandgenoegens. In de tentoonstelling van vandaag brengt hij weer een andere variatie op zijn thema, nl. de esthetiek van het vrouwengelaat, of misschien nog beter de esthetische verhulling van het vrouwengelaat.
Even uitleggen. Twee motieven treden duidelijk naar voren zwachtels en sluiers, twee middelen die elk op hun eigen manier bijdragen tot het verhullen of veranderen van het gelaat. De tekeningen die verbonden gezichten voorstellen, alluderen op plastische chirurgie, op de heelkundige ingreep dus die tot doel heeft het gelaat aantrekkelijker te maken. De sluier is op zijn beurt een middel om het gelaat boeiender te maken. Men kan hem handig aanwenden om het gelaat gedeeltelijk te verhullen, en op die manier een raadselachtige charme te verwekken.
In beide gevallen is de basisidee dezelfde : hoe kan ik de esthetische werking van het gelaat opvoeren, hetzij door het heelkundig te veranderen, hetzij door het handig te verbergen. Dat is het principe van de esthetische verhulling. Uitgaande van die idee presenteert Gerard BAUWENS ons een reeks tekeningen, die het genoemde thema op knappe en esthetisch verantwoorde wijze variëren. We krijgen een aaneenschakeling van gezichten, die op velerlei wijze gecombineerd worden met zwachtels en sluiers. Esthetiek over de esthetiek esthetische voorstelling van een esthetisch thema.
Esthetische voorstelling, heb ik zopas gezegd. Het loont inderdaad de moeite om even de formele eigenschappen van de tekenkunst van Gerard BAUWENS van naderbij te bekijken. Nemen we bijvoorbeeld de kompositie.
Op heel wat tekeningen komt het motief van het lichaam of van het gelaat meer dan één keer voor. In dat geval komt het erop aan de verschillende onderdelen van de tekening tot één geheel te verbinden. Welnu, U zult zelf kunnen konstateren dat die onderdelen in elkaar overlopen in een brede, golvende lijn, of langs een diagonale as, of zelfs in een volledige cirkelvormige beweging. Juist die alle elementen samenklinkende beweging geeft het ritme aan. Bij bepaalde tekeningen is het zo dat, als we de verschillende gezichten met het oog volgen, onze blik een volmaakte kring maakt.
In verband met de kompositie, zou ik even bij een bepaalde tekening willen stilstaan, omdat het motief van de driehoek daar een interessante rol speelt. Het werk, dat tot de grote formaten behoort, heet "Bewustwording' en bestaat uit twee delen. In de bovenste helft zien we de weergave van een beeld uit de stad Gent. Het stelt drie allegorische personages voor een naakte vrouw die de schoonheid verzinnebeeldt, een gespierde man die de kracht vertolkt, en een figuur die een driehoek op de borst draagt, en aldus de wijsheid symboliseert. Onder dit strak gehouden drietal heeft Gerard BAUWEMS een levende vrouw getekend in een vloeiende ritmische beweging, evenals een vrij opvallende driehoek. Deze herhaling van het motief van de driehoek heeft een dubbele funktie : formeel gezien worden op die manier de beide delen van de tekening met elkaar verbonden; inhoudelijk duidt de driehoek bovendien op een zekere cerebrale bewustwording bij de vrouwelijke figuur door associatie met het zinnebeeld van de wijsheid.
Een ander formeel aspekt is de techniek van Gerard BAUWENS. In dat opzicht moet er op een belangrijke evolutie gewezen worden. Vroeger tekende Gerard BAUWENS uitsluitend met houtskool, thans echter kombineert hij potlood met houtskool. De manier van tekenen is weliswaar dezelfde gebleven. Men weet dat Gerard BAUWENS zijn volumes opbouwt door een spel van grillig door elkaar lopende, kronkelende lijnen. En tussen de lijnen laat hij heel wat wit van het blad doorschemeren. Maar door het feit dat hij nu zowel potlood als houtskool gebruikt, verkrijgt hij een bredere gamma van tonaliteiten.
Houtskool is donker en krachtig, potlood is zacht, grijs en wazig. Daarbij komt nog dat Gerard BAUWENS meer dan vroeger het wit van het blad laat meespelen. Op die manier bekomt hij een breed register van schakeringen, lopend van wit, over een reeks van tedere grijzen, naar een gamma van stevige, donkere tinten.
Tot slot kom ik nog even terug op de inhoud. Het centraal thema van deze tentoonstelling is dus : esthetische verhulling van het vrouwengelaat. Eigenlijk komt het daarop neer dat voor de werkelijkheid een illusionair scherm geschoven wordt. Er hangt trouwens over het gehele oeuvre van Gerard BAUWENS een sfeer van esthetische zinsbegoocheling. Ook zijn techniek draagt daartoe bij : kronkelende lijntjes die nooit helemaal aaneengesloten zijn en het wit van het papier laten doorspelen. Het gevolg is dat de materie als het ware uitgehold wordt en dat de dingen gaan zweven in een irreële droomsfeer. Tollen wij trouwens allemaal niet rond op deze aarde aan de zelfkant van droom en werkelijkheid ?
Prof. dr. Frans VYNCKE. 4/10/1986.